Ingebruikname
Voor het wegpakken van het beschermkapje (12) trekt u aan de vergrendeling (11) van het beschermkapje en trekt u dit van de vingerbescherming (10).
Laat de soldeerbout indien mogelijk afkoelen voordat u het beschermkapje (12) voor transport of voor het opbergen aanbrengt.
Voor het aanbrengen hangt u het beschermkapje (12) onder in de vingerbescherming (10) en laat u dit boven op de vingerbescherming weer vastklikken.
Voor het inschakelen van de soldeerbout drukt u op de aan/uit-schakelaar (6) en schuift u deze naargelang de gewenste temperatuur naar voren:
- temperatuurstand 1: soldeertemperatuur 350 °C
- temperatuurstand 2: soldeertemperatuur 420 °C
Het werklicht (4) wordt met de soldeerbout automatisch ingeschakeld en verbetert het zicht in het directe werkgebied.
- Kijk niet recht in het werklampje, het kan u verblinden.
Voor het uitschakelen van de soldeerbout schuift u de aan/uit-schakelaar (6) in schakelaarstand 0.
Zet de soldeerbout op de steunvlakken (9) neer en laat hem afkoelen.
De 3 leds van de statusaanduiding (5) geven in de 5 s na het inschakelen van de soldeerbout de laadtoestand van de accu aan.
Daarna signaleert de middelste led van de statusaanduiding (5) de temperatuur van de soldeerpunt:
Middelste led | Betekenis |
|---|---|
Knippert groen | De soldeerpunt wordt opgewarmd/afgekoeld tot de ingestelde temperatuurstand is bereikt. |
Brandt groen | De ingestelde temperatuurstand is bereikt. |
Knippert rood | De soldeerpunt koelt na het uitschakelen af. |
De soldeerbout mag u pas vervoeren en opbergen als de soldeerpunt voldoende afgekoeld en de statusaanduiding (5) gedoofd is.
Aanwijzing: Als de accu er direct na het uitschakelen wordt uitgenomen, gaat de statusaanduiding (5) uit en waarschuwt niet meer voor de hete soldeerpunt. Let er heel goed op dat u de soldeerbout laat afkoelen voordat u deze vervoert of opbergt.